Van Vondeling tot Stammoeder

Maria Masselis

Deze post vertelt het verhaal van een bijzondere vrouw, Maria Masselis. Zij werd te vondeling gelegd in 1801 bij het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht in Amsterdam en bracht een groot deel van haar jeugd door in Amsterdam. Later verhuisde zij naar het Gelderse dorp Heerde en leefde in Gelderland tot zij op de hoge leeftijd van 83 jaar in Wapenveld, Heerde, stierf. Uit twee verschillende huwelijken zijn twee generaties Gelderse families voortgekomen, waarvan één de familie waar ik uit voortgekomen ben: de familie Bijsterbosch.

Op zaterdag 21 november 1801, draagt een moeder (of naast familielid) haar kind naar het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht (naast de Westerkerk) in Amsterdam. Dit weeshuis was uitgerust met ‘vondelingenkamers’. Vermoedelijk door armoede gedreven, heeft zij het moeilijke besluit genomen om het kind af te staan. Aan het eind van de 18e eeuw was er wijdverbreide armoede in Amsterdam. Na de ‘Gouden Eeuw’ ontstond er een periode van armoede in Amsterdam met veel achterstandswijken. Dit had verschillende oorzaken. Er was een terugval in de handel met Frankrijk en Groot-Brittanië en een verminderde industrie. Daardoor ontstond er een grote werkloosheid. Door gebrek aan voorzieningen en een sociaal vangnet vervielen gezinnen vaak in armoede. Het aantal vondelingen varieerde in tijd wel tussen de 300 en 800 per jaar wat een indicatie is voor de nijpende situatie in deze stad. Soms werd er door de moeder of naast familielid een briefje achtergelaten, maar meermaals werd de baby volledig anoniem achtergelaten. Hieronder een afbeelding van het weeshuis in 1800.

Afbeelding uit het Stadsarchief in Amsterdam

De afbeelding hieronder is een bladzijde uit het kinderhuisboek van het Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam. De boeken in het Amsterdamse stadsarchief zijn volledig gedigitaliseerd en in te zien op de site van het stadsarchief te Amsterdam.

De tekst leest als volgt:

Zaterdag 21 Nov 1801
Savonds ten 10 Uren gevonden
Een Meijsje eerstgeboren bij dit Huijs
met dit briefje
Verzoeken dit kind in de gereformeerde kerk
te laaten doopen met naame
Maria Masselis

Het bijgevoegde briefje van de moeder of naast familielid laat de volgende tekst zien:

‘verzoeke dit Kind in de grofformerdeKerk te doopen met naame maaria masselis’

Uit het briefje kun je een aantal dingen opmaken. Uit het compleet verkeerd gespelde ‘gereformeerde kerk’ spreekt een ongeletterdheid wat zou kunnen duiden op het feit dat dit kind in een arbeidersgezin is geboren of dat de moeder nog heel jong was en weinig tot geen opleiding had genoten. De uitdrukkelijke wens om het kind te laten dopen in de ‘gereformeerde kerk’, geeft aan dat de familie tot de Calvinistische (of Nederduits-Hervormde) gemeenschap van Amsterdam behoorde.

Uit archieven blijkt dat de naam Masselis halverwege de 17e eeuw al voorkwam in Amsterdam. De naam kwam echter het meest voor in West-Vlaanderen, in steden zoals Kortrijk, Ardooie en Alveringem. Dit doet vermoeden dat enkele gezinnen uit deze familie zijn gemigreerd naar het Protestante noorden, net zoals de vele Franse hugenoten die naar ons land migreerden, om vervolging te voorkomen. De naam vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in de Romaans/Italiaanse spelling ‘Marcelis’, maar is door het Vlaams dialect vereenvoudigd naar ‘Masselis’. De naam Masselis komt nog steeds veelvuldig voor in België. Een Belgische juwelen ontwerpster luistert naar de naam Pascale Masselis. Zij heeft haar winkel en atelier in Antwerpen.

Kinderen die opgenomen waren door het weeshuis bleven daar niet tot volwassen leeftijd. Jonge meisjes en jongens werden vaak op jonge leeftijd (12 jaar) geadopteerd door pleeggezinnen op het platteland. Dat is logisch omdat het weeshuis maar een beperkte ruimte had en er voldoende doorstroming moest zijn. Ook Maria is waarschijnlijk op jonge leeftijd opgenomen door een gereformeerd gezin in Heerde, Gelderland. Zij werkte als dienstmaagd tot zij een boerenknecht ontmoette uit Hattem met de naam Gerrit Gerrits Draijer. Zij trouwden op 7 februari 1823 in de gemeente Hattum. Zij kregen samen drie kinderen, Gerrit, Grietje en Maria. Gerrit sterft op vrij jonge leeftijd (38) in 1831. Europa werd getroffen door een Cholera epidemie in 1831 die ook Nederland bereikte in 1832. Het kan zijn dat Gerrit aan de gevolgen van deze epidemie is overleden, maar dit is niet met zekerheid te zeggen. Maria bleef achter met drie jonge kinderen.

Een aantal jaren later ontmoet zij Aart Bijsterbosch, een telg uit een gereformeerd gezin uit Heerde. Maria is inmiddels 34 jaar. Zij trouwt met Aart op 21 november 1835 te Heerde. Hieronder een digitale kopie van hun trouwakte uit het Gelders Archief:

Trouwakte nr.30 uit het Gelders Archief

Op de akte staat vermeld dat zijn ouders, Roelof Aarts Bijsterbosch en Jantje Jacobs van Putten, beiden zijn overleden. Een ander interessant aspect van deze akte is dat expliciet wordt vermeld dat Aart niet kon schrijven en de akte dus niet kon ondertekenen. In deze tijd is dat bijna niet voor te stellen, maar tot laat in de 19e eeuw was er op het platteland amper onderwijs. In 1866 kon 53% van de bevolking niet lezen of schrijven. In 1901 werd de leerplichtwet ingevoerd en tegen het eind van de 19e eeuw zat 91% in de schoolbanken.

Met Aart krijgt zij nog eens negen kinderen, waarvan de laatste twee op vrij hoge leeftijd. Op 42-jarige leeftijd wordt Jacob Bijsterbosch geboren 8 juni 1843. Van Jacob is bekend dat hij blind was. Het is onbekend of hij blind werd geboren of dat hij op latere leeftijd blind werd. Wel is bekend dat hij een echte Bijbelstudent was en de Bijbel van begin tot eind goed kende. Drie jaar later wordt zijn broer Arent geboren op 15 maart 1846. Maria had toen de leeftijd van 45 jaar. Op 24-jarige leeftijd trouwde Arent met Johanna Lunenberg en kreeg met Johanna 12 kinderen waarvan een aantal nog binnen het eerste levensjaar stierven. Johanna had uit een eerdere relatie al twee kinderen, Arend Jan en Gerhardus (vader onbekend) die ‘gewettigd’ werden door het huwelijk met Arent. Op 13 juni 1875 wordt Aart Bijsterbosch geboren. Aart wordt de vader van Arent Bijsterbosch, mijn grootvader.

Maar nu terug naar waar het verhaal mee begon, Maria Masselis. Afgestaan door haar moeder in Amsterdam vindt zij haar weg uiteindelijk naar het plattelandsleven in Heerde in Gelderland. Zij wordt de stammoeder van twee wijdvertakte families in Gelderland, de families Draijer en Bijsterbosch. Na de dood van Arent Bijsterbosch, die in 1875 op 73-jarige leeftijd overlijdt, trouwt zij nog twee keer. Haar derde echtgenoot is Jacob Dul en haar vierde echtgenoot Hendrik Jan Dodt. Zij overleeft al haar huwelijkspartners en overlijdt op de voor die tijd extreem hoge leeftijd van 83 jaar in Heerde. Maria Masselis gaat de geschiedenis in als een sterke vrouw die in totaal 12 kinderen voortbracht. Van een weerloze vondeling tot de stammoeder van twee families.